Voorstelling van Biedermans und die brandstifter in een vertaling van Pieter Jongsma
De stad staat in brand leest Burgermans in de krant. Steeds hetzelfde: een vertegenwoordiger belt aan, vraagt onderdak en de volgende dag staat het huis in de fik. Er wordt aangebeld: een vertegenwoordiger – en voor Burgermans het weet staat hij binnen, bij hem in de kamer. En wat doet Burgermans? Hij biedt hem een sigaar aan. Max Frisch schreef in de jaren 1950 een stuk, dat hij als een burleske betitelde: een karikaturale schets van hoe een maatschappij volstrekt uit de rails kan lopen. Of: hoe het lachen ons kan vergaan.