Achttien Delftse organisaties, waaronder Theaternetwerk en HAL015, werken samen aan een plan dat de stad voor het eerst structureel beleid en budget moet geven voor pop- en nachtcultuur. Donderdagavond 3 september besprak de commissie Economie, Financiën en Bestuur ons pamflet. De reacties uit de raad waren overwegend positief.
Het bijzondere aan dit initiatief is wat er níét in staat. Geen aanvraag voor een gebouw, geen enkele organisatie die zichzelf naar voren schuift. Podia, festivals, makers, verenigingen en culturele organisaties trekken samen op vanuit één uitgangspunt: de hele stad is het podium.
Delft heeft in vijftig jaar drie keer een poppodium verloren. Sinds Speakers in 2013 sloot staat er bij vrijwel elke verkiezing weer een nieuw podium in de verkiezingsprogramma’s, en gebeurt er daarna niets. Niet omdat het talent of het publiek ontbrak, maar omdat er nooit iemand was die het plan echt droeg.
Ondertussen is er in de stad wel degelijk van alles gebeurd. Er kwamen nieuwe plekken bij, er werd geprogrammeerd, er werden clubnachten en festivals georganiseerd. Zwaar leunend op vrijwilligers en horeca-inkomsten. Dat werkt uitstekend, totdat de vrijwilligers die het dragen er de brui aan geven. En daarmee verdwijnen de kansen artiesten, jong en oud, om zich te ontwikkelen en te presenteren, soms net zo snel als ze ontstaan zijn.
Tijdens de commissievergadering vroeg Fennie Kostense namens de coalitie aan iedereen op de publieke tribune om de hand op te steken bij het horen van hun organisatie. Popdelft, HAL015, de Koornbeurs, Steck, Cultuurlab, Stad Delft, DelftsPeil, DE VAK, het Rietveld Theater, Open Studio Delft, Deik, Turbine Delft, Theaternetwerk, Rootz, BackToBasis en Kadmium, Wolpop, Technokoffie en Spod. Bijna niemand van de mensen die verantwoordelijk zijn voor popconcerten, dance parties en andere evenementen wordt hiervoor betaald.
Het plan dat we nu uitwerken gaat verder dan een subsidieaanvraag. Het beschrijft een model waarin bestaande locaties samenwerken, waarin talentontwikkeling ruimte krijgt en waarin het aanbod zichtbaar wordt voor bewoners en bezoekers. Het collectief schrijft zelf zijn visie en doelstellingen, meet wat er gebeurt, stuurt bij en legt verantwoording af. Ook de economische betekenis van pop- en nachtcultuur voor de stad krijgt daarin een plek.
Er ligt inmiddels een concept projectplan en een nulmeting die voor het eerst in kaart brengt wat er werkelijk gebeurt in Delft. Eind september bieden we het definitieve plan aan de gemeente aan. Daarna is het aan de gemeenteraad. Voor het eerste jaar vragen we 99.000 euro om het op gang te brengen, met de ambitie om in een paar jaar toe te groeien naar een bedrag dat vergelijkbaar is met wat steden als Leiden en Dordrecht hieraan besteden.
Onze boodschap aan de raad was kort. We vragen niet om een gebouw, maar om een duurzame basis voor iedereen die de Delftse pop- en nachtcultuur maakt en er van geniet. Niet stenen, maar mensen en programmering.
De komende weken gaan we met alle fracties in gesprek om het plan toe te lichten. Wie het pamflet wil lezen, kan dat hier downloaden.








